Mantelzorg overkomt je…toch?

‘Het is me overkomen’ hoor ik een succesvol zakenman zeggen in een interview op TV. ‘Natuurlijk was het hard werken en heb ik over dingen nagedacht, maar als ik terug kijk is het me overkomen.’ Bewonderende blikken aan die grote televisie-tafel en ik beken: ik vind het zelf ook altijd mooi te horen hoe mensen genieten van hetgeen ze bereiken in het leven. Mantelzorg overkomt je ook. Althans dat is vaak de stelling. Waarom klinkt dit lang niet zo positief als het bij die succesvolle zakenman klinkt?

Overkwam mantelzorg mij?  Achterafgezien ben ik er vooral gewoon in gegroeid. Het ongeval van mijn man was zes jaar geleden een heftige gebeurtenis, het haalde ons leven overhoop. Maar zoiets kan gebeuren en dan zorg je voor elkaar. Voor mij was dat eerder logisch dan dat het als een plicht (als in moeten) voelde. ‘Uw man heeft het, maar u hebt het samen’, zei de revalidatiearts destijds. Waarom verdedig ik me dan hier en nu?  Hetzelfde woord, maar het lijkt alsof het in een andere context een andere betekenis heeft.

reach

Zorgen voor een ander zit al veel langer in mijn leven. In 1999 werd mijn schoonvader ernstig ziek. Tot zijn overlijden in 2004 betekende dit een aaneenschakeling van ziekenhuis- en specialistenbezoeken. Ik heb de mooiste herinneringen aan onze ritjes in de auto van en naar het ziekenhuis.

Op de terugweg fantaseerde hij hoe hij mijn schoonmoeder bij thuiskomst kon foppen: ‘Ik vertel thuis dat de dokter mij drie weken vakantie heeft voorgeschreven, dat ik alleen moet gaan en dat ik naar Spanje moet… En dan moet jij zeggen: hoe ga je dat doen, Pa? En dan zeg ik: ik ga met het vliegtuig. En dan moet jij me vragen of ik dan niet bang ben. En dan zeg ik weer…’ Zo fantaseerde hij totdat we thuis waren. Mijn schoonmoeder trapte er altijd in. Pa genoot van mensen op het verkeerde been te zetten. Hij had de grootste lol wanneer dat lukte. Ik heb deze uitjes nog lang gemist.

Bij de zorg voor mijn schoonmoeder liep het anders. Zij was heel actief en lang erg zelfstandig. Steunkousen aan en uit, dat deed ze tot haar overlijden zelf. Geholpen door haar eigenwijsheid vroeg ze niet snel om hulp. Tot op hoge leeftijd fietste ze overal naar toe. Totdat ze een keer flink viel en niet meer wilde niet fietsen. Vanaf toen haalden we samen – met de auto – de boodschappen of ging ik mee naar de huisarts of pedicure. Mijn eigenwijsheid botste regelmatig met die van haar. Als ik na een huisartsbezoek wat later op mijn werk kwam, verzuchtte ik bij collega’s: ‘Zo, dat was weer genoeg bejaardengehalte voor vandaag.’

Was ik overbelast? Ik denk zelf van niet; op dat moment even mijn hart luchten was voldoende. Ik heb mij in die periode nooit mantelzorger genoemd. Ik vond het logisch en dacht: wie heeft ze anders? Mijn schoonmoeder vond het vanzelfsprekend dat kinderen voor hun ouders gaan zorgen. Die vanzelfsprekendheid vond ik lastig, vooral ook omdat ze haar waardering naar mij niet uitsprak, ze vond het immers heel normaal. Op enig moment heb ik tegen mijzelf gezegd: je hoeft niet te wachten op haar waardering, je doet heel veel voor haar. Dat gaf rust en ik wist dat het goed was.

Foto Marjo BraunsZe werd hulpbehoevender en we zochten contact met de gemeente voor hulp. ‘Aha, dan bent u de mantelzorger’, zei de gemeente-mevrouw. Dat had ik tot dan toe nog niet zo gezien, maar het voelde als waardering en erkenning. Toen mijn man gehandicapt raakte, was ik dus bekend met het woord mantelzorg. Inmiddels is er behoorlijk veel aandacht voor mantelzorg. Dat is prima, alhoewel met name de dreigende overbelasting benadrukt wordt. De groei in onze relatie, de waardering in de liefde voor elkaar, de levenslessen en kracht die je eruit kunt halen, blijven jammer genoeg nog vaak onderbelicht. Dat de inzichten van mantelzorgers niet gezien worden vind ik zelf misschien wel het meest bijzonder betreurenswaardige. Want daar zit voor mij de echte erkenning van mantelzorgers.

Inmiddels voelt het al lang niet meer zo dat mantelzorg mij overkwam. Het kwam op mijn pad en was (en is) voor mij een weg van onmacht naar kracht en balans, soms met hobbels of zelfs met steile hellingen, maar ook met regelmatig de wind in de rug.

Meer blogs van Marjo Brouns lees je op haar blogsite

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>