Opgroeien met een gehoorprobleem

portret_Anousha_website_2011_mediumToen ik 8 was werd duidelijk dat ik een progressief en erfelijk gehoorprobleem had. Op school merkte de juf dat ik niet goed hoorde. Ik trok me steeds meer terug tijdens de les. Ik volgde niet goed wat er werd gezegd en ging ‘dromen’. Daardoor presteerde ik steeds slechter. Ook merkte mijn moeder dat ik anders reageerde dan voorheen. Na een onderzoek aan mijn gehoor werd ‘het’ vastgesteld. Als kind accepteerde ik de nieuwe situatie min of meer zoals deze was. Ik onderging de onderzoeken en logopedie. En liet mij uitleggen hoe ik een gehoorapparaatje moest dragen (wat ik vervolgens niet deed). Uiteindelijk lukte het niet op school en werd besloten dat het beter was dat ik naar een school voor slechthorenden zou gaan.

Gedoe
Mijn moeder, oom en opa hebben hetzelfde gehoor probleem als ik. Aan de slechthorendheid in de familie werd niet veel aandacht besteed. Het was zo; je hield rekening met elkaar door hard te praten, duidelijk te articuleren en rekening te houden met eventuele miscommunicatie. En daar was het dan wel mee gezegd. Gebaren en goed leren liplezen… dat vonden mijn familieleden veel te veel gedoe. ‘Zo gaat het toch ook!?’ is in mijn familie het motto. Inmiddels worden de andere slechthorenden in mijn (hechte) familie een dagje ouder en zien wat minder goed. Terwijl ik, aan de andere kant, steeds minder hoor. Ik vind ik het weleens een tikkeltje frustrerend dat ze niet gemotiveerd zijn om ondersteunende gebaren te leren. Het zou de communicatie zoveel makkelijker maken!

Lichtinval
Omdat ik niet meer goed mee kon komen op de gewone school, ging ik naar een school voor slechthorenden. Daar besefte ik dat het omgaan met slechthorendheid ook anders kon! Ik leerde bijvoorbeeld hoe ik aan anderen duidelijk kon maken hoe je met mij moest praten in plaats van alleen te zeggen dat ik slechthorend ben. En als we met een groepje gingen eten leerde ik eerst te kijken waar de lichtinval het beste was. Er werden tafels en stoelen verschoven en de verlichting zo nodig aangepast. Zelf was ik daar niet zo snel opgekomen en alleen had ik het ook niet gedurfd.

‘Doet het brandalarm het?’
Het kwam regelmatig voor dat horende familieleden in de deuk lagen omdat ze een lang gesprek tussen twee slechthorende afluisterden dat over twee totaal verschillende onderwerpen ging. En maar gezellig doorkletsen! Er zijn zulke leuke anekdotes in onze familie; zoals toen opa ging stofzuigen. Hij had bijna de hele woonkamer ‘gedaan’, tot oma hem porde dat hij de stofzuiger nog aan moest doen! Of die keer dat mijn oom een brandalarm voor mijn opa had gekocht. Een voor een toen de slechthorenden in de familie aankwamen werd er getest of ze het konden horen. Het alarm stond keihard aan maar mijn oom zei tegen mij opa: ‘hoor jij dit’? Waarom mijn opa zijn schouders ophaalt en antwoordt ‘nee hoor, ik hoor niks’. Stonden ze daar samen hun hoofd te schudden terwijl het alarm écht KEIhard afging!

Acceptatie
Buiten school om had ik geen slechthorende vrienden. Ik zei meestal niets over mijn gehoor totdat het te sprake kwam. Niet omdat ik me ervoor schaamde maar ik hoefde het niet per se aan de grote klok te hangen. Slechthorendheid is maar een klein deel van mij… vond ik toen. Nu zie ik het anders. Misschien omdat ik slechter ben gaan horen. Maar vooral omdat ik dat deel van mij wél een heel belangrijk deel vind. Een deel wat er nu óók mag zijn.

Irritatie
Door de jaren heen heb ik geleerd dat als ik duidelijk communiceer dat ik niet goed hoor en wat ik nodig heb om iemand wel goed te kunnen verstaan, er veel begrip is. Vroeger vertelde ik pas aan iemand dat ik niet goed hoorde wanneer ik vond dat het nodig was..  wat eigenlijk meestal te laat was. In de tussentijd ontstond er namelijk wel nogal wat irritatie. Ik ging dat wat gezegd werd verkeerd invullen of reageerde langzaam (omdat ik moest verwerken wat er gezegd wordt). De andere werd dan ongeduldig waardoor ik me ook weer onzeker voelde. Kortom; openheid scheelt een berg irritatie. Het betekent ook dat ik mensen met wie ik praat in winkels, restaurants en de trein steeds moet helpen herinneren hoe ze tegen mij moeten praten. Want over het algemeen lijkt men na een minuut weer vergeten te zijn dat ik hun lippen moet lezen. Dit komt niet door desinteresse of laksheid maar is voor deze mensen geen gewoonte. Op onze beurt moeten wij, slechthorenden, hierin ook begrip en geduld hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>