Uit het circus, maar wel in beweging

Jan de Jong (83) stapt voorzichtig door de gang van de locatie Jan Bonga, achter zijn rollator. Als het personeel even niet kijkt, geeft hij het hulpmiddel een forse duw en loopt hij met losse handen redelijk fief verder. ‘Geen truukjes Jan’, klinkt het echter onverbiddelijk achter hem. Je krijgt Jan wel uit het circus, maar het circus niet uit Jan.

‘Ik kan best zonder rollator’, zegt Jan trots. ‘Ik ben een tijdje geleden gevallen en daardoor had ik een gescheurde knieband. Daarom moet ik met dat ding lopen, maar ik loop best zonder.’  Soepel blijven was van levensbelang voor Jan, want hij werkte praktisch zijn hele leven in het befaamde circus Boltini. ‘Leeuwen en tijgers, wilde dieren zijn mijn specialiteit’, verduidelijkt de dompteur met glimmende ogen. ‘We zijn overal geweest met het circus.’ Hij was van alle markten thuis, want bij het werk hoorde ook opbouwen, afbreken, de dieren verzorgen en zelf de vrachtwagen met de kooien rijden. ‘We deden alles.’

jan de jongeBelangstelling
Jan mag graag een rondje lopen over de afdeling, maar vaak zit hij in de rookruimte. Op de gang staat hij altijd even stil bij de medebewoners om een kort praatje te maken. In de rookruimte declameert hij soms gedichten. Hij is dus echt aanwezig in huis, ongetwijfeld een erfenis van het circus. Wie midden in de piste staat, moet wel van belangstelling houden.

De waarschuwing niet zonder rollator te lopen, slaat Jan later nogmaals in de wind. Hij nam wel vaker risico’s, blijkt ook uit zijn rechterhand. Hij mist de helft. ‘De directeur zei me dat ik eens iets nieuws moest proberen, om de act aantrekkelijk te houden. Ik wilde de dieren door een brandende hoepel laten springen. Ik hield een lap vlees in mijn hand om ze er door te lokken. De tijger sprong en hapte naar het vlees en toen waren mijn vingers er af.’

Het gebeurde in Rusland, waar de medische voorzieningen ter plaatse karig waren. Een medewerker van Artsen zonder Grenzen heeft zijn hand volgens Jan gehecht en verbonden. ‘Ik moest mijn hand door de tralies steken, want de arts ging de kooi natuurlijk niet in.’ De tijger neemt hij niets kwalijk. ‘Ze wilden ‘m afmaken, maar ik zei ‘niets er van’. Je kunt zo’n beest toch niks verwijten?’

Trainen en buigen
Ondanks het incident met zijn hand, kijkt Jan met blijdschap terug op zijn tijd in het circus. ‘Je moest altijd alert zijn, snel en soepel. Vooral voor de vrouwtjes moest je oppassen, want die zijn het felst. Nu mag ik niet meer met die dieren werken. Dat vind ik jammer. Voor mijn gevoel zou ik het nog kunnen, ik stap zo de kooi in!’ En met overtuiging: ‘Die rollator heb ik hier gekregen, maar die heb ik helemaal niet nodig. Na mijn operatie kon ik al snel zonder krukken. Ik moest veel trainen en mijn knieën buigen. Dat ging prima.’

Jan heeft het idee dat hij de afdeling nauwelijks af komt, maar hij stapt minstens eens per week met een vrijwilliger naar buiten om de markt de bezoeken. Liefst zou hij direct naar Artis gaan, de dierentuin die volgens Jan de dieren van Boltini opving nadat het circus stopte. ‘Bernhard en Juliana noemde ik ze. Grapje. Kon ik ook eens hoogheden commanderen.’

 Hans van der Lee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>