‘Zorg dat ze een ander denkkader krijgen’

Geef jongeren het gevoel dat ze ergens bij horen. Dat is volgens ambulant werker Michael van der Steede een belangrijk uitgangspunt voor de hulp aan jongeren uit de Top600. Als ze zich gewaardeerd voelen, hebben ze minder snel de neiging om hun ‘verkeerde’ vrienden op te zoeken. Van der Steede werkt in Fasehuis ’t Gein van het Leger des Heils, waar jongeren met een licht verstandelijke beperking worden voorbereid op het zelfstandig wonen.

‘We leren jongeren hier vaardigheden aan, zodat ze straks zelfstandig kunnen leven. Dat wil zeggen dat we zorgen dat ze een dagbesteding hebben, dat hun financiën op orde zijn, dat ze het huis schoonmaken en dat ze kunnen koken. Omdat we hier jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben, moeten we dat stapsgewijs doen. We moeten iedere jongere in zijn of haar tempo helpen. Dat betekent dat je continu moet observeren wat ze aankunnen. Het vraagt veel geduld en werken in kleine stapjes.’

Gehospitaliseerd
‘Een deel van de jongeren die bij ons zit zijn jongeren uit de Top600. Het werken met die jongeren is extra ingewikkeld. Vaak zijn ze door hun verblijf in de gevangenis gehospitaliseerd en moet je ervoor zorgen dat ze hier weer resocialiseren. Daarnaast moet je zorgen dat ze weer gewoon kunnen functioneren. Het belangrijkste daarbij is dat je ze het gevoel geeft dat ze ergens bij horen. Dat vinden ze enorm belangrijk. Ze waarderen het enorm als je met ze praat en een spelletje met ze speelt. Dan voelen ze zich gewaardeerd.’

Denkkader
‘Je zorgt ervoor dat de jongens weer normaal kunnen functioneren als je ze structuur biedt, ze een netwerk geeft en hun denkkader verandert. Die structuur bieden we net als we die de andere jongeren bieden. Door duidelijke afspraken te maken over bijvoorbeeld schoonmaken en koken. Het bieden van een netwerk ligt wat ingewikkelder. Ze hebben al een netwerk, maar dat is vaak niet het beste netwerk. Je moet ze dus los zien te krijgen van die slechte invloeden. Dat kan door ze een andere dagbesteding te bieden. School, werk, sport of in het geval van Rosario* de muziek. Als je daarmee zorgt dat ze zich gewaardeerd voelen, hebben ze niet de neiging terug te gaan naar hun oude vriendenkring.’

RosarioRots en water
‘Als de jongeren hier komen, hebben ze vaak een ‘air’ van ‘ikke, ikke en de rest boeit me niet’. Dat denkkader verander je door veel met ze te praten. Wat willen ze? Hoe bereik je dat? Wij geven de jongeren sociale vaardigheidstraining, zoals Rots en Water en we hebben themagesprekken over onderwerpen waar jongeren meer over willen weten of waar ze volgens het team behoefte aan hebben. Maar we werken ook samen met andere organisaties, zoals de reclassering en de Jellinek. En dat de politie hen extra in de gaten houdt, is soms wel handig. Die controle zorgt ervoor dat jongens eerder mee willen werken. Het denkkader veranderen is een moeizaam proces en gaat vaak in kleine stapjes. Maar uiteindelijk zie je toch kleine veranderingen.’

‘Weet je, deze jongens zijn hier als gevolg van onmacht, niet van onwil. Ze zijn opgegroeid in een omgeving waar ze bepaalde vaardigheden niet hebben geleerd. Vaak is er ook sprake van enige vorm van verwaarlozing. Als je dat in je achterhoofd houdt, dan blijf dit werk de moeite waard.’

* Benieuwd naar de andere kant van dit verhaal? Lees dan het verhaal van Rosario, over hoe hij zijn twee jaar in het Fasehuis ervaart.
Je kunt de tijd niet terugdraaien

 

jongadamstel Dit artikel verscheen eerder in Jong aan de Amstel, het nieuwsblad over de jeugdzorg in de stadsregio Amsterdam. Jong aan de Amstel informeert over het werk en relevante ontwikkelingen binnen de jeugdzorg, de kinder- en jeugdpsychiatrie en het speciaal onderwijs in de stadsregio Amsterdam.

 

No Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>